— het ontstaan van de mooie nel —

Ik zing in huppelend woordenspel
De oorsprong van de Mooie Nel
Ruis dan lieflijk van mijn snaren
Als de golfjes van het Spaarne
Ik stel mij voor het grijs weleer
'n waterplas aan 't Penningsveer

Vier paar eeuwen zijn daar heen
Vier paar eeuwen is 't geleen
Toen hier 't Spaarne heen mocht stromen
Door een lustig woud met bomen
't Schoterbos en 't Spaarnwoude
Was een lustige landouwe

't Woudgebied was van belang
Rijk aan wild en vogelenzang
Van Oud Meerlen met haar zwanen
Tot aan Houtrijk en Polanen
Liep een boomrijk verre tocht
De oude weg met menige bocht

Stel u voor dat grijs weleer
Over 't Spaarne was een veer
Doet de Veerstraat dat niet weten
't pad van die daar Poorters heten
't smalle pad van minder rang
Was van zand, de Anegang

Want de stad, 't dient gezeid
Was toen maar een heerlijkheid
't rechtsgebied niet breed gemeten
Zoals 't front nog kan doen weten
Van 't Koperslagersplein
Tot de Waag in font de lijn

Met een pont van klein beslag
Ging men over, elke dag
Tussen hutten, weiden, hagen
Werd de weg linksom geslagen
Langs 't bochtige Spaarne voort
Naar dat lustig boomrijk oord

Menig dorper op zijn stee
Had er bouwgrond, weide en vee
En men zag er 'n hoge toren
In dat hoog geboomd verloren
Zwaar van bouw, massief en sterk
Waar de huisman ging ter kerk

Het waren lieden van belang
Een van vier ellebogen lang
Die de kinderen soms deed krijten
Welbekend als Klaas van Kieten
Die gedurende mis of preek
Door 't hoge kerkraam keek

Maar vooral ene boerin
Schoon van leest en hups van zin
Die de harten kon beroeren
Van de Spaarnwouder boeren
Rood van wang en blank van vel
Welbekend als Mooie Nel

Maar te met waar blij genot
Komt er wisseling in het lot
Najaarsstorm bracht hoge vloeden
Dijk noch dam die 't land behoedden
Golven kolkten rondom het IJ
Sloopten 't Spaarnewoud erbij

En dat woeste golvenspel
Was zo plotseling en zo snel
Meest huislieden vroeg te bedden
Wisten bouw noch vee te redden
Wat men had tot zijn bedrijf
Nauwelijks borgen zij het lijf

Menig land werd waterkolk
En het Spaarnwouder volk
Toen 't tot redden zich ging spoeden
Zocht de have, zocht de koeien
Maar 't was luttel evenwel
't vee verdronk met Mooie Nel

En Graaf Willem, zeer begaan
Dat zijn land dat uit moest staan
Deed het wilde IJ bedijken
Wijk en Velzen en Santpoort,
Houtrijk, Sloten, enzovoort

't Was een vorst, zo kloek en braaf
Nog is 't wapenschild dier Graaf
Die hier sluis en dijk deed bouwen
Voor 't huist Zwanenburg te aanschouwen
Dat door hem werd opgericht
Toen 't Hoog Heemraad werd gesticht

Op het stenen wapenschild
Ziet men de arend opgesteld
Willem II had tot bekroning
Van de Paus als Roomse Koning
Hollands leeuw als Hollands vorst
Draagt er de arend op de borst

Wat ik rijm is waar en heus
Mooie Nel en Klaas de reus
Spaarnwouders stompe toren
Alles spreekt van 't te voren
Maar het heerlijk Spaarnewoud
Is er nimmer meer aanschouwd

Van een huisman die ik vroeg
Met zijn paarden voor de ploeg
Heb ik 't zelver dus vernomen
Ik vind in 't land nog sparrebomen
En 't golfje speelt haar spel
Boven 't graf van Mooie Nel

Weet men 't niet of weet men 't wel
Daarom heet dat brede water
met haar kabbelend geklater
Van die dag de Mooi Nel
Lieve dame of mijnheer
Kijk eens aan 't Penningsveer

N.J. van Maas

terug

Bij Van Assema | Penningsveer 5 | 2065 AM Haarlemmerliede | 023-5310971 | info@bijvanassema.nl :: webdesign ../STIJLERIJ ::